FOTOCAMERA

Er was een tijd geweest dat digitale fotocamera’s ontzettend populair waren. Door de komst van goede smartphone camera’s is dit een beetje weggezakt. De liefhebbers van fotografie maken nog wel de keuze voor digitale camera. In dit artikel de toelichting.

Aspect Ratio
Ook wel beeldverhouding genoemd. De verhouding tussen breedte en hoogte van een beeld. Camerasensors werken vaak met een beeldverhouding van 4:3 of 3:2. De verhouding op smartphones kunnen ook op 16:9 liggen. Hierdoor kun je full screen foto’s maken. In werkelijkheid worden de boven- en  onderkant van de volledige 4:3 foto digitaal afgesneden.

Autofocus
Autofocus (of AF) is het automatisch scherpstellen op een onderwerp door de fotocamera. Voor veel actiefoto’s of sportfoto’s is een camera met een snelle AF aangeraden. Bij landschap- of productfotografie is de snelheid van de AF minder belangrijk.

Diafragma
Veel fototoestellen hebben een verstelbaar diafragma waardoor de hoeveelheid invallend licht kan worden beïnvloed. De hoeveelheid licht die op de sensor valt bepaalt hoeveel scherptediepte er in de foto zit. Scherptediepte is de afstand waarbinnen het onderwerp op de foto scherp wordt weergegeven.

Focuspunten
Dit zijn de punten waarop de camera scherp kan stellen. Hoe meer punten hoe nauwkeuriger je de autofocus kunt richten.

Full frame
Full-frame camera’s worden zo genoemd omdat het formaat van de sensor, even groot is als het negatief is bij analoge digitale spiegelreflex camera’s. Dit formaat is 24 bij 36 mm. Het gehele systeem waarop spiegelreflex camera’s gebouwd zijn is gemaakt (en geoptimaliseerd) rondom dit formaat film. Het voordeel van een full-frame sensor is dat deze groter is en dus meer licht per pixel kan opvangen wat resulteert op een foto van beter kwaliteit (vergeleken met een kleiner sensor met dezelfde aantal megapixels). Verder past bij dezelfde brandpuntafstand meer op dezelfde foto vanwege het formaat. Zeker voor kleine ruimtes is een full frame camera met een groothoeklens zeer aan te raden.

Megapixel
Een megapixel (MP) is gelijk aan 1 miljoen pixels. De resolutie van een camera wordt in principe altijd in megapixels uitgedrukt. De aantal megapixels is te berekenen door een vermenigvuldiging van de resolutie. Een camerasensor met een resolutie van 6000×4000 pixels geef een resultaat van 24 megapixels. Als regel kun je stellen dat hoe meer megapixels een sensor van een camera heeft, hoe gedetailleerde de foto wordt. Wel is het zo dat sensoren met veel megapixels perse betere foto’s maakt. Dit heeft ook weer te maken met de kwaliteit en grootte van de sensor.

Objectief / Lens
Het objectief is het oog van de camera. Deze bestaat uit 1 of vaak meerdere lenzen. Het objectief zorg voor het correct binnen halen van de informatie die je als beeld wilt opslaan. er zijn verschillende soorten objectieven:

  • Groothoek
    Handig voor natuur en landschap fotografie. ook zeer handige in kleine ruimtes om veel op de foto te krijgen.
  • Zoom
    De naam zegt het al, hiermee haal je een onderwerp dat ver van je ligt naar je toe. zeer handig voor het fotograferen van wilde dieren en vogels. zo kun je op een veilige afstandje je beeld vast leggen zonder het dier te storen.
  • Vast
    Vaste brandpunt objectieven bestaan zowel in zoom als groothoek, maar ook voor macro. Vaste objectieven hebben het voordeel dat deze vooraf door de fabrikant is ingesteld voor een zo goed en scherp mogelijke resultaat. Ze maken in principe altijd scherpere foto’s dan een zoom objectief. Het nadeel is natuurlijk dat deze niet verstelbaar is. Hierdoor moet je zelf de zoom spelen: naar voor en achter lopen.
  • Macro
  • Shift/tilt

Opslag: CF kaart
Compact Flash kaarten waren vroeger de standaard geheugenkaart voor digitale camera’s. Doordat de SD kaarten goedkoper en kleiner zijn, werden de CF kaarten steeds minder populair.

Opslag: SD kaart
Een SD-kaart (Secure Digital) is een geheugenkaart die is opgebouwd met flashgeheugen. Dat houdt in dat de geheugen net als bij een USB stick geen bewegende onderdelen heeft. Tevens is SD momenteel de meest gebruikte geheugenkaart. Ook zijn er kleinere versie op de markt als de mini-SD en de micro-SD. Dat laatse worden voornamelijk gebruikt in telefoons en tablets. Verder bestaat deze kaart ook in verschillende capaciteiten:
SD (tot 4 GB)
SDHC (high capacity) van 4 GB tot 32 GB
SDXC (extended capacity) van 64 GB tot 2 TB

Sensor
De beeldsensor mag je als het hart van de camera zien. Deze bepaald het beeldformaat, de resolutie, scherptediepte en het dynamisch bereik. De sensor vangt het licht op en zet deze om in een digitaal signaal.  Toen we nog analoog fotografeerde zat op de plek van de beeldsensor het negatief of een diafilm. Het lichtgevoelige papier werd belicht en zo ontstond een fotografisch beeld.

Sluitertijd
Sluitertijd (ook wel belichtingstijd genoemd) is de tijd dat het licht op jouw camerasensor valt. De sluitertijd bepaalt hoe lang de camerasensor de tijd heeft om het binnenkomende informatie in de vorm van licht te verzamelen en een foto van te maken.

Witbalans
Bij fotografie heb je altijd met licht te maken. De lichtbron is niet altijd hetzelfde. Ook zal de kleur van de bron kunnen afwijken op verschillende fases van de dag. Dat geldt vooral voor de zon. De witbalans is ervoor om deze kleurafwijkingen op te vangen. Het idee is eenvoudig: de camera houdt rekening met de kleur van de lichtbron waarbij de foto werd gemaakt en corrigeert de kleuren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *